|
Ik mocht je naam niet uitkiezen |
IK MOCHT JE NAAM NIET ZELF UITKIEZEN
Dinsdag 30 oktober 2007. Voor de meesten is dat verleden tijd, geschiedenis, maar voor mij geldt dat niet. Voor mij is die datum een herinnering aan een nieuw leven, een nieuw leven dat zich ineens aan me opdrong. Deze datum zal mij altijd bijblijven. Na mijn brommer ongeluk in 2002, waar ik een blijvende beperking aan overhield, had ik in juli 2007 eindelijk mijn leven weer een beetje op orde. Ik kon aan mijn toekomst gaan werken, ik wilde hem weer in gaan kleuren. Ik had mijn studie afgerond en ik had een geweldige baan gevonden. Maar een verrassing is geen verrassing als hij niet plotseling komt.
Je kwam onverwachts, want ik wist nog niet wie of wat je was. Spontaan kwam je in mijn leven en maakte mijn leven weer chaotisch. Zonder dat ik ook maar iets kon voorbereiden of zonder ook maar een seintje kreeg ik zomaar met je te maken. Je overviel me met je komst. Je liet niet alleen mij schrikken, maar ook al mijn lieve, dierbare vrienden en familieleden.
Het drong eerst nog niet tot me door; het leek alsof je een nachtmerrie was. Daar was je ineens. Eigenlijk wilde ik je helemaal niet, maar je afstaan kon niet meer. Verbergen was ook geen optie: je viel op en maakte indruk op iedereen om me heen, ondanks dat ik dat absoluut niet wilde.
Vele tranen hebben mijn wangen gevoeld, maar vele tranen heb ik ook verdrongen. Verdrongen, omdat ik de waarheid nog niet goed onder ogen durfde te komen.
Had ik iets moeten laten? Heb ik ergens een verkeerde keuze gemaakt? Had ik het misschien kunnen voorkomen? Misschien was je dan niet gekomen. Misschien had ik dan toch mijn toekomst in kunnen kleuren zoals ik dat zo graag wilde. Maar daar zal ik nooit achter komen. Want er is nog niemand geweest die heeft uitgevonden hoe je de tijd terug kunt draaien.
Op donderdag 30 oktober 2008 ben jij precies een jaar in mijn leven. Deze dag besef ik pas dat ik rekening met je ben gaan houden, dat jij deel uit maak van mijn chaotische en soms onverwacht grillige leven. Het is vaak een moeilijke en ook een eenzame weg die ik tot nu toe heb bewandeld, ondanks alle liefde en steun van hen die mij zo dierbaar zijn.
Ik weet dat je me veel tranen heb gekost, maar soms kon ik ondanks alle ellende een glimlach tevoorschijn toveren. Een unieke glimlach, omdat niemand zoals jij hetzelfde is. Je hebt me het leven anders doen gaan inzien, je laat me dingen zien die ik vroeger nooit zag. Je geeft me doorzettingsvermogen en zorgt ervoor dat ik niet meer over me heen laat lopen. Je laat me meer dan ooit tevoren voelen dat ik uniek ben en bijzonder. En dat ik je zal moeten accepteren in mijn leven, ook al had ik daar hele andere ideeën over.
Je gunt me vaak een kijk in jouw leven. Maar hoe vaak je me die kans ook geeft, ik kan er niet aan wennen. Je laat het me zo vaak beleven dat het soms moeilijk is jouw leven nog te onderscheiden van mijn eigen leven. Soms maak je me onverwachts ontzettend moe. Andere keren zorg je ervoor dat mijn benen me niet meer kunnen dragen, omdat je dag zo ontzettend zwaar was.
Als ik een stuk met je ga lopen, stop je vaak een heleboel ‘mieren’ in mijn benen. Soms lijkt het alsof je me dronken voert wanneer ik weer eens mijn evenwicht lijk te verliezen. Regelmatig geef je me krampen of zenuwpijn als je lastig bent. Je zorgt er regelmatig voor dat ik niet naar een verjaardag of mijn werk kan, omdat je weer eens aandacht nodig hebt. En soms ben je zo ontzettend druk dat ik zelfs nog moet nadenken hoeveel tien plus veertien is. Mensen om me heen vragen zich dan af of je weer lastig bent. Of je weer één of ander feestje hebt gehouden, waar zij niet van op de hoogte waren. Vroeger had ik van dit alles nooit last, maar vroeger lijkt nu zo ver weg.
Voor jou wandel ik vaak door gangen van ziekenhuizen en instanties. Gangen die een ander misschien nooit zal zien, of zal begrijpen. Maar door die gangen met jou te bewandelen, maak je mijn dierbaren wel duidelijk dat het jouw soms echt ernst is, ernst die ze niet altijd kunnen begrijpen.
In het afgelopen jaar heb je een aantal keren van je laten horen. Vaak op momenten waarop je me eigenlijk niet had moeten storen. Je zorgde voor onregelmatigheden en onderbrekingen van mijn eigen leven. Maar dankzij hulp van alle dierbaren om me heen heb je me nog niet klein kunnen krijgen. Ondanks je verzet, irritante en vervelende buien kan ik je soms onder de duim houden. Die momenten maken me trots en sterk. Op die momenten weet ik dat jij niet de overhand hebt, maar dat ik nog steeds baas ben over mijn eigen leven.
Normaal gesproken zou ik je nog vele jaren toewensen. Maar hoe hard het ook klinkt, die gun ik je absoluut niet. Ik verdraag je, omdat je bij me hoort, ook al zou ik je zo graag verbannen uit mijn leven. Maar helaas heb ik die keuze niet en kan niemand anders hem voor mij maken. Toch zou ik je heel vriendelijk, maar ook dringend willen verzoeken je de aankomende jaren zo onopvallend mogelijk te gedragen. Voorbeeldig, zonder gevolgen en zonder me pijn te doen. Eigenlijk zo, dat niemand merkt dat jij er bent. Je leeft immers samen met mij en niet andersom.
Er zullen nog genoeg momenten komen dat jij van je laat horen, en dat je jouw chaotische en grillige karakter laat zien. Er zullen momenten zijn waarop ik lichamelijk niet altijd even sterk ben en dat ik je niet altijd meer zal kunnen verdragen. Er zullen tijden aanbreken wanneer jij zal groeien en te sterk zal worden. Maar op het moment van dit schrijven weet ik zeker dat ik je wel fysiek te sterk af ben.
Ik mocht je naam zelf niet uitkiezen toen jij onaangekondigd in mijn leven kwam. Daarvoor ging het allemaal veel te snel. Je naam werd Multiple Sclerose, en daar moet ik het mee doen.